De psycholoog in Corona-tijden

De Corona-crisis die ons land momenteel teistert behoeft nog maar weinig voorafgaande duiding. Nu de ernst van de situatie al een tijdje is doorgedrongen, is het (nog steeds) alle hens aan dek. De impact van deze nieuwe ‘realiteit’ waar we enkele weken geleden in zijn wakker geworden laat zich nagenoeg overal voelen, maar in het bijzonder binnen de gezondheidszorg. Met name psychologen zitten nog steeds met heel wat vragen en onzekerheid, ook nu de exit-strategie van de Nationale Veiligheidsraad op tafel ligt en de GGZ zich kan beginnen buigen over een gefaseerde heropstart van haar activiteiten.

Hoe kan een beroepsgroep wiens werk zich voor een groot stuk kenmerkt door menselijk contact bewegen in een wereld waar dit nog een hele tijd uit den boze zal zijn? Op welke manier kunnen psychologen gehoor geven aan de adviezen van wetenschappers en de maatregelen uitgevaardigd door de overheid, zonder echter het contact met zorgbehoevenden te verliezen? Dit zijn de zaken waarmee psychologen vanaf het begin van deze crisis hebben geworsteld en het is niet overdreven te stellen dat psychologen de afgelopen periode dan ook als bijzonder uitdagend hebben ervaren. Bovendien ziet het er niet naar uit dat het er de komende tijd gemakkelijker op zal worden, ook niet nu een versoepeling van de maatregelen voor de deur staat.

F2F of online?

Een overschakeling op digitale alternatieven is vanaf de eerste dag instrumenteel geweest in het indijken van het virus. Voor de meeste mensen in de samenleving werd dit de norm. Dat dit voor psychologen in het bijzonder enigszins onwennig is geweest, zal niemand verbazen. Als “menswetenschapper-en-hulpverlener-in-één” was het niet bepaald evident om real life contact (of F2F, zoals nu overal te lezen is) met patiënten plots te vervangen door wat men ‘beeldbellen’ of ‘telewerk’ noemt.

Dat sommigen dit als beperkend hebben ervaren en weigerachtig stonden tegenover deze beweging, was dan ook te verwachten. Het meest extreme voorbeeld hiervan is wellicht te vinden in een artikel in DS 27.03.20. In dit artikel roept psycholoog Stef Joos, samen met een aantal van zijn collega’s, in eerste instantie op om de zorg voor de meest kwetsbaren in onze samenleving niet te vergeten. Dit is een oproep waar niemand het oneens mee kan zijn. De bezorgdheid voor bepaalde doelgroepen is terecht. Hoe kan je immers op een goede manier de zorgverlening aanpassen aan mensen die bijvoorbeeld niet of slechts beperkt beschikken over digitale mogelijkheden? Dit is weinig evident. Dat sommige psychologen (bijvoorbeeld deze in mobiele teams) het evenwicht tussen afstand en nabijheid de laatste weken hebben ervaren als een bijna onmenselijke spreidstand, valt best te begrijpen.

Dat men de indruk durft wekken dat psychologen de afgelopen weken bijna genadeloos de deuren van hun praktijk hebben gesloten en de zorg voor patiënten hebben laten vallen door fysieke consultaties te vervangen door online of telefonische alternatieven, is ronduit stuitend.

Tegelijkertijd hekelt Joos de overschakeling naar alternatieve vormen van hulpverlening, bijvoorbeeld online of telefonisch, en beklaagt hij dat door de huidige crisis heel wat patiënten de zorg zogezegd hebben zien wegvallen. Joos heeft vanaf dag één de indruk willen wekken dat hulpverleners in grote getale de muren hebben opgetrokken en patiënten in de kou hebben laten staan. Deze stellingname, welke hij tot op heden blijft aanhouden, doet afbreuk aan de enorme inspanningen die wel degelijk zijn geleverd door hulpverleners – hulpverleners die doorheen deze crisis met man en macht op zoek zijn gegaan naar goede, werkbare alternatieven om continuïteit van de zorg te kunnen garanderen. Dat Joos en zijn collega’s de indruk durven wekken dat psychologen de afgelopen weken bijna genadeloos de deuren van hun praktijk hebben gesloten en de zorg voor patiënten hebben laten vallen door fysieke consultaties te vervangen door online of telefonische alternatieven, is ronduit stuitend.

Bovendien is het idee dat F2F-consultaties de enige manier zijn om zorgcontinuïteit te garanderen simpelweg niet juist, en deze demarche van Joos en zijn collega’s is ongepast en respectloos. Zij geringschatten de enorme inspanningen van talloze psychologen die met de nodige creativiteit en aanpassingsvermogen in een sneltempo hebben getracht (en nog steeds trachten) te navigeren door woelig en onbekend terrein, mét hart voor hun beroep én hun patiënten. Uit latere reacties op het opiniestuk is dan ook overvloedig gebleken dat men dit niet pikte.

Het zou van overmoed getuigen om te denken dat gedragsregels kunnen worden uitgevaardigd die toepasbaar zijn voor alle actoren binnen de geestelijke gezondheidszorg.

Het blijft voor mij een raadsel waarom Joos en consorten zich van meet af aan bijna schuimbekkend hebben verzet tegen de richtlijnen van de Vlaamse Vereniging van Klinisch Psychologen (VVKP). In essentie hebben de richtlijnen nooit anders gesteld dat psychologen moeten inzetten op een maximale continuering van zorg op zo’n manier dat een verdere verspreiding van het COVID-19 virus tot een absoluut minimum beperkt kan worden. Dit heeft altijd aangesloten met de richtlijn van de overheid om fysieke consultaties te beperken ‘waar en indien nodig’ en niet-essentiële zorg uit te stellen. Ook in de huidige exit-strategie worden tele-consultaties nog steeds aangemoedigd voor diensten waar dit mogelijk is en wordt er nog steeds een onderscheid gemaakt tussen dringende en uitgestelde zorg. Er wordt steeds gepleit voor aanpassing en verschuiving waar nodig, uitgaande van de primaire bekommernis van de overheid, wat nog steeds het indijken van deze crisis is.

Het belang van een goed werkende beroepsvereniging

De VVKP beschouwt het dan ook als haar plicht om, in navolging van deze richtlijn, adviezen en tips aan te reiken om psychologen hier zo goed mogelijk in te ondersteunen. De beroepsvereniging heeft nooit getracht te begrenzen, doch wel te adviseren iets te doen wat we best allemaal uit ons zelf zouden doen, zijnde het fysiek contact te beperken waar mogelijk. Bovendien lijken sommigen niet te vatten dat richtlijnen ook maar richtlijnen zijn: het zou van overmoed getuigen om te denken dat gedragsregels kunnen worden uitgevaardigd die toepasbaar zijn voor alle actoren binnen de geestelijke gezondheidszorg. Als je het mij vraagt is onze beroepsvereniging er steeds van uitgegaan dat onze Vlaamse psychologen over voldoende kennis, verantwoordelijkheid en gezond verstand beschikken om deze richtlijnen te kneden in functie van de eigen werksetting. Dit strookt niet met de indruk die in het artikel van Joos werd opgewekt, met name dat VVKP heeft getracht haar richtlijnen bij wijze van dictaat op te leggen.

Een goed functionerende beroepsvereniging is uitermate belangrijk en heeft een cruciale rol gespeeld in het kunnen omgaan met deze crisis.

De geleverde inspanningen zijn niet min en ik ben trots op het aanpassingsvermogen van mijn collega’s. Deze crisis is voor niemand eenvoudig. Eenieder van ons is op zoek naar manieren om zich aan te passen aan deze ‘nieuwe realiteit’. Het is een tijd van zoeken naar alternatieven, van wikken en wegen, aftoetsen wat kan en nodig is, met steeds de maatschappelijke verantwoordelijkheid in het achterhoofd van eenieder om te proberen dit virus in te dijken. Als psychologen wensen we het goede voorbeeld te geven, maar staan we voor een enorme uitdaging: hoe kunnen we de maatregelen rond hygiëne en social distancing die worden opgelegd vanuit de overheid proberen garanderen, zonder hierbij de zorg voor patiënten los te laten? Dit is de afgelopen weken een bijzonder moeilijke evenwichtsoefening geweest waarin we allen een beetje hebben moeten tasten in het duister.

Ook voor de komende weken en maanden zal dit het geval zijn. En dat dit voor de ene psycholoog al wat moeilijker is dan voor de andere, is nogal evident. Ik betreur dan ook ten zeerste dat sommigen er wel heel snel bij waren om hun pijlen te richten op de beroepsvereniging en nadien collega-psychologen en masse met de morele vinger hebben gewezen. Dit terwijl het voor mij de laatste weken wel duidelijk is geworden (en ik denk ook voor vele anderen) dat een goed functionerende beroepsvereniging uitermate belangrijk is en een cruciale rol heeft gespeeld in het (blijvend) kunnen omgaan met deze crisis, en dat onze Vlaamse psychologen een pluim verdienen voor de manier waarop ze zich de laatste weken in bochten hebben gewrongen om de zorg voor hun patiënten te blijven garanderen.

Ook in de ruimere samenleving zijn we tot nu toe vooral getuige geweest van een hartverwarmende golf van solidariteit en samenwerking tussen mensen en collega’s. We zitten allemaal immers in hetzelfde schuitje. Wat in deze moeilijke en onvoorspelbare tijden dan ook zou moeten primeren is de zin tot constructieve discussies, tot vereniging en samenwerking. Dit lijkt me maar voor de hand liggend. Niemand heeft immers de waarheid in pacht en we zijn allen zoekende naar oplossingen om deze crisis zo goed als mogelijk te beteugelen. Openlijk schieten op een beroepsgroep én -vereniging is dan ook uitermate nefast voor de samenwerking onder psychologen die altijd, maar zeker nu, broodnodig is.

 

Tags: , , ,