“Diagnose” burn-out: een term in verandering

“28.000 Belgen vorig jaar geveld door Burn-out”, ‘Het studentenkot is een kweekplaats voor Burn-outs’, ‘Helft schooldirecteurs heeft symptomen Burn-out’… met soortgelijke titels worden we heden ten dage rond het hoofd geslagen. Slechts per uitzondering krijgt men een stuk te lezen dat het concept ‘burn-out’ in vraag stelt. Vorige week verscheen echter een artikel in de Nederlandse Volkskrant waarin de conceptualisatie van ‘burn-out’ kritisch wordt behandeld.

‘Burn-out’ werd voor het eerst beschreven in de jaren ’70 en zoals de naam doet vermoeden beschrijft het, het figuurlijk opbranden van een persoon. Dit gebeurd ten gevolge van stress (zie: stress-kwetsbaarheidsmodel). Net zoals de vlam van een kaars uitdooft wanneer er onvoldoende voedingsstoffen voorhanden zijn, zal een persoon lijden aan stress-geïnduceerde klachten wanneer er onvoldoende steunfactoren aanwezig zijn. Deze persoon zal in zekere zin opbranden en geconfronteerd worden met de ondertussen bekende burn-out symptomen: vermoeidheid, slapeloosheid, lichamelijke pijnen, verteringsproblemen en slechte eetlust, vatbaarheid voor ziektes, het ervaren van specifieke stress symptomen, uitputting en een opgebrand gevoel, concentratieproblemen, geheugenproblemen, laag zelfbeeld, prikkelbaarheid, depressieve- en angst symptomen, afhankelijkheid van middelen en sociale isolatie. Deze indrukwekkende lijst aan symptomen lijkt alreeds maatschappelijk aanvaard als indicatoren voor een burn-out. Ook de professional handhaaft soortgelijke ‘checklists’ van symptomen en kan deze aftoetsen door gebruik te maken van één of meerdere vragenlijsten. De meest gebruikte vragenlijst hiervoor is de ‘Maslach, Burnout Inventory’ die al meerdere jaren commercieel beschikbaar is voor de diagnosticus. Toch lijkt men weinig in vraag te stellen of een concept als burn-out daadwerkelijk te onderkennen valt aan de hand van een vragenlijst. Het verhaal wordt echter nog complexer. Burn-out is tot op heden geen wetenschappelijk erkende diagnose. De psychiater Christiaan Vinkers beredeneert evenwel dat deze manier van werken doet denken aan een cirkelredenering: Enerzijds omschrijven we ‘burn-out’, anderzijds vraagt men aan de patiënt om deze symptomen te bevestigen.

Het zou niet onterecht zijn om de nood aan een scherpe, wetenschappelijk onderbouwde definitie in twijfel te trekken. We weten immers dat de psychologische wetenschap zich in een staat van constante verandering bevindt. Wat wordt verstaan onder het begrip ‘burn-out’ is echter doorheen de voorbije decennia geëvolueerd. De definitie van burn-out die tegenwoordig wordt gebruikt in Nederland verschilt alreeds aanzienlijk van de betekenis die de term droeg in de Verenigde Staten in de jaren ’70. Deze veranderingen zou men kunnen interpreteren als een zwakte van het concept dat hiermee laat kennen dat het niet te definiëren valt.

Deze verschillen worden toegeschreven aan wetenschappelijke bevindingen en maatschappelijk contextuele veranderingen. Om een voorbeeld te geven van de maatschappelijke invloed op wat begrepen wordt onder een ‘burn-out’ dient men enkel te kijken naar het adjectief dat gepaard gaat met de term. Zo spreekt men bijvoorbeeld sinds recent van ‘parentale burn-out’ terwijl het concept ‘burn-out’ bij aanvang enkel werd gebruikt voor mensen die betaald werk leveren.

Niet enkel de tijd heeft een invloed op wat wordt begrepen onder de term. Ook cultuur lijkt een invloed te hebben. Schafeli en De Jonge (2007) beschrijven immers belangrijke verschillende tussen de Noord Amerikaanse en Europese definities. Hoewel men in de Verenigde Staten een burn-out ziet als een minder ernstige vorm van “overspannenheid” wordt het in sommige Europese landen gezien als het optimum van professionele “oververmoeidheid”. Omwille van de beïnvloedbaarheid van het concept zou men kunnen besluiten dat ‘burn-out’ een dynamisch concept is dat zich bevindt op de grens tussen wetenschap en praktijk.

Vinkers raadt aan om multidisciplinair tot een besluit te komen over wat een ‘burn-out’ nu eigenlijk is maar is dit nuttig? Men kan argumenteren dat dit enkele maatschappelijke en praktische problemen zou kunnen verhelpen. Het is immers zo dat een vage term kan leiden tot overdiagnosticering. Kijk bijvoorbeeld naar de epidemische proporties die de “diagnose” tegenwoordig aanneemt. Daarnaast zou een wetenschappelijk onderbouwde definitie het differentiaal diagnostisch proces ten goede kunnen komen. ‘Burn-out’ kent immers veel raakvlakken met andere stoornissen zoals bijvoorbeeld stemmings- en angststoornissen die momenteel volgens sommigen onvoldoende aandacht krijgen tijdens het diagnostisch proces.

Tevens dient men rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van een confirmation bias. Zeker wanneer men in zich in een cultuur bevindt waar de gemiddelde mens al snel tot zelfdiagnosticering kan overgaan. Online vragenlijsten en onvolledige of grofweg onjuiste informatie is voor iedereen beschikbaar en kan een leek al snel doen geloven dat ze lijden aan een specifieke stoornis. Dit geloof kan ernstige gevolgen hebben voor het welbevinden en de psychische gezondheid.

Er kan zeker iets gezegd worden voor de positieve gevolgen die een scherpe definitie kunnen teweeg brengen maar hier zijn ook nadelen aan verbonden, bijvoorbeeld: een té rigoureuze conceptualisering doet mensen uit de boot vallen en kan ervoor zorgen dat men niet de gepaste hulp krijgt. Dit zou kunnen gebeuren wanneer men aan onvoldoende symptomen voldoet of wanneer de klachten als niet ernstig genoeg worden ingeschat.

Wat een ‘burn-out’ is en hoe men dit vaststelt, zal nog lang een onderwerp van discussie blijven in de geestelijke gezondheidszorg. In de tussentijd kan slechts aangeraden worden om de klachten van de patiënt grondig te onderzoeken en de term ‘burn-out’ met voorzichtigheid te gebruiken.

Elias Bosteels

Elias Bosteels is klinisch psycholoog (erkenningsnummer 911118365). Elias heeft ervaring in de psychiatrische en neuropsychologische sectoren. Hij voerde onderzoek binnen de forensische en biologische takken van de psychologische wetenschap. Elias is werkzaam als psycholoog binnen het CLB GO! Antwerpen.

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *