De Vlaamse GGZ: een stand van zaken

De Vlaamse (en bij uitbreiding Belgische) GGZ kampt met vele problemen. Het zorglandschap is dringend aan verandering toe. De manier waarop zorg de dag van vandaag is georganiseerd is onvoldoende effectief om de vele uitdagingen aan te kunnen. Een korte stand van zaken.

De prevalentie van somatische ziekten neemt af terwijl deze van psychische stoornissen blijft toenemen. Zeker wat suïcide betreft is Vlaanderen al jaren absolute kampioen. Met gemiddeld drie zelfdodingen per dag doet Vlaanderen het beduidend slechter dan de omringende landen en is zelfmoord zelfs de nummer één doodsoorzaak geworden bij volwassenen en jongeren (Bron: zelfmoord1813).

Er zijn verschillende manieren om dit te verklaren. Eén van de voornaamste redenen is het feit dat er nog steeds een groot taboe rust op psychische problemen. De Vlaamse (en bij uitbreiding Belgische) cijfers zijn sowieso hoog ten opzichte van de Europese landen, en in het bijzonder ten opzichte van Nederland. Vlamingen praten nog te weinig over psychische problemen en vinden maar moeilijk de weg naar de hulpverlening. Uit gesprekken met 800 jongeren tussen 12 en 25 blijkt dat er nog een groot taboe heerst rond psychische gezondheidsproblemen. Vlaamse jongeren zijn minder in staat om efficiënt problemen op te lossen in vergelijking met hun Nederlandse leeftijdsgenoten en communiceren minder over hun problemen met volwassen. Attitudes ten aanzien van het zoeken van psychische hulp, probleemoplossend gedrag en communicatie lijken dus mogelijke verklaringen te zijn voor de hogere cijfers in Vlaanderen.

Daarnaast moeten we vaststellen dat de Vlaamse GGZ duur en ontoegankelijk is: zo is de geestelijke gezondheidszorg in Nederland toegankelijker dan in Vlaanderen. Uit dezelfde gesprekken met 800 jongeren (cf. supra) is gebleken dat er in Vlaanderen sprake is van dure en ontoegankelijke hulp. Een voorbeeld: de wachttijden bij de Vlaamse Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG) blijven maar oplopen. Jongeren moeten gemiddeld 60 dagen wachten op een afspraak. In 2008 was dit nog gemiddeld 50 dagen. De drempel naar psychologische hulpverlening is zo hoog dat slechts 5 procent van mensen met psychische klachten uiteindelijk bij een psycholoog terecht komen. Een deel van de verklaring hiervoor is het feit dat de middelen voor de GGZ dan ook zeer beperkt zijn: Volgens de OESO zou de omvang van het GGZ-budget ongeveer op 10 procent moeten liggen van het totale budget voor gezondheidszorg. In België wordt het GGZ-budget geschat op amper 6 procent. De middelen voor geestelijke gezondheid België zijn schaars en veel verbetering lijkt er niet aan te komen.

Dit werd pijnlijk duidelijk wanneer Vlaams minister voor welzijn Jo Vandeurzen liet weten dat er vanaf 1 januari 2018 één miljoen euro extra geïnvesteerd zal worden, bovenop de al voorziene 1,3 miljoen, om psychische problemen bij jongeren sneller vast te stellen en te behandelen. Een budget van 2,3 miljoen is een wel zéér kleine pleister op een steeds groter wordende wonde. Ook het recente terugbetalingsvoorstel van mevrouw De Block doet vragen rijzen. Voor deze regeling is een budget voorzien van 22,5 miljoen euro. Om de eerstelijnszorg degelijk te organiseren schat men dat een tienvoud van dit bedrag (200 tot 300 miljoen) nodig is. Het is bovendien merkwaardig dat kinderen en jongeren niet (of slechts beperkt) zijn opgenomen in de terugbetalingsregeling, zeker gezien de dramatische cijfers bij deze doelgroepen. Mevrouw De Block voorziet immers enkel een terugbetaling voor mensen tussen 18 en 64 jaar. Wanneer ongeveer de helft van psychische problemen bij volwassenen ontstaat voor de leeftijd van 14 jaar, en ongeveer driekwart voor de leeftijd van 25 jaar, dan is het de evidentie zelve dat de psychische gezondheid van kinderen en jongeren een centrale pijler moet zijn van het geestelijke gezondheidsbeleid in Vlaanderen. Zoals geweten hebben de relevante beroepsverenigingen (VVKP en BFP) zich terecht tegen dit voorstel verzet: slechts 1 op 10 van de Vlaamse psychologen was bereid in het voorstel mee te stappen.

Er is duidelijk iets grondig mis. De overheid investeert in diverse plannen en preventie in een poging het tij te doen keren, maar de gewenste effecten hiervan laten op zich wachten. De professionalisering in de geestelijke gezondheidszorg heeft geleid tot een versnipperd zorglandschap met een grote afstand tussen zorgverstrekkers en zorgbehoevenden tot gevolg. Daarnaast wordt het zorglandschap gekenmerkt door administratieve overlast en dalende werktevredenheid bij zorgverleners. Optimale geestelijke gezondheid is mensenwerk. We moeten mensen dichter bij elkaar brengen en interventies afstemmen op het dagelijkse leven. Dit wil zeggen: het bevorderen van toegankelijkheid en laagdrempeligheid. Nu maar hopen dat de politiek luistert.

DJP

De Jonge Psycholoog is een onafhankelijke website gericht op informatie en actualiteit voor psychologisch geschoolden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *