Reeds enkele weken bevinden wij ons collectief in een quasi continue stroom aan informatie omtrent het Coronavirus (ook de naam COVID-19 houdt niemand nog voor een tropische cocktail maar is ondertussen alom bekend). Ik begin de effecten daarvan steeds vaker op te merken. Bij mezelf, bij mijn omgeving en bij mijn patiënten. Mensen zijn angstig en dit leidt tot heel wat irrationeel gedrag. Van het hamsteren tot niet meer durven sporten. Er is een grotere focus op het lichaam. Elk kuchje en elk pijntje wordt verdacht. En dat is problematisch, gezien we ons nu eenmaal in verhoogde staat van stress bevinden. We weten dat stress zich ook fysiek uit: hoofdpijn, spierpijn, vermoeidheid, maagpijn, hartkloppingen en ga zo maar door. De combinatie van aanslepende verhoogde stress, de lichamelijke effecten daarvan, onze verhoogde lichamelijke focus én de toestroom van negatieve boodschappen omtrent gezondheid via allerhande kanalen lijken mij een goede voedingsbodem om straks met meer paniekpatiënten en patiënten met een ziekteangststoornis achter te blijven.

Beleidsmakers en media zetten best vaker eens een psychologische bril op.

Daarbij mogen we de rol van communicatie over het virus niet onderschatten. Het gaat niet zozeer over de inhoud van de boodschappen. Ik wil wat de medische experts en politici ons vertellen zeker niet in twijfel trekken. Het is denk ik ook van essentieel belang om alle adviezen correct op te volgen. Wat wel beter kan, is de manier waarop de boodschap gebracht wordt. Beleidsmakers en media zetten daarbij best vaker eens een psychologische bril op.

Ik geef een voorbeeld. We zien in de media tegenwoordig heel veel absolute cijfers. Dit is natuurlijk logisch. Elke dag wordt een aantal mensen gediagnosticeerd, een aantal mensen wordt in een ziekenhuis opgenomen, een aantal mensen sterft en weer een welbepaald aantal mensen wordt uit het ziekenhuis ontslagen. Deze cijfers worden elke dag keurig klokslag 11u. bekend gemaakt en de media nemen deze cijfers over. Echter, het probleem met absolute cijfers is dat het kader voor mensen ontbreekt. 96 overlijdens op 24 uren, dat klinkt gigantisch! Het gaat hier om 96 concrete personen. Soms krijg je er in de krant of op televisie zelfs foto’s bij. Dit maakt dat de situatie plots heel levendig wordt. Mensen hebben het echter moeilijker met concrete of absolute cijfers in vergelijking met kansen en percentages. Dat is wat Nobelprijswinnaar en psycholoog Daniel Kahneman in zijn interessante boek ‘thinking, fast and slow’ beschreef als het denominator neglect. Omdat de aandacht wordt gevestigd op het aantal mensen die ziek worden of sterven, hebben we geen aandacht voor het aantal mensen dat gezond blijft of geneest. In zijn boek haalt Kahneman een experiment aan. Aan een groep van mensen worden twee scenario’s voorgelegd. Scenario één: een ziekte doodt 1 286 mensen op een populatie van 10 000. Scenario twee: een ziekte doodt 24,14% van de populatie. Mensen beoordeelden de ziekte uit scenario één als gevaarlijker, ook al sterven er in scenario één ‘maar’ half zoveel mensen als in scenario twee. Er ontstaat dus een risico op kansoverschatting.

Hoe groot is het risico om te sterven aan COVID-19 nu eigenlijk, op voorwaarde dat je al besmet geraakt? Hiervoor kunnen we eigenlijk alleen maar naar de case fatality rate kijken. Dat is het aantal gerapporteerde doden door corona gedeeld door het aantal gerapporteerde coronagevallen maal 100. Dit is zeker niet de beste maat, maar het beste wat we nu hebben. Op basis van cijfers van China blijkt deze kans voor mensen die verder gezond zijn ongeveer 0,9% te zijn. Toch schatten mensen die kans op dit moment vaak veel groter in. Heel wat mensen zullen toch eerder denken aan een kans van 10% of 20%, misschien soms zelfs wel meer.

Of bijvoorbeeld wanneer we kijken naar de totale case fatality rate in België (dus met zowel gezonde als minder gezonde mensen geïncludeerd). Die was op 31 maart van dit jaar 4,3% (dit cijfer verandert uiteraard elke dag). Als we denken in termen van de allerergste scenario’s, waarbij bijvoorbeeld 70% van de bevolking over de tijd heen besmet zou raken met het virus, dan betekent dat in ons land ongeveer 3% van de bevolking zou sterven. Klinkt helemaal anders dan wanneer we zeggen dat 330 000 mensen zou sterven, hé? Toch gaat het in beide gevallen over evenveel mensen.

Angst kan aanleiding geven tot heel wat irrationeel gedrag en kan na een tijdje een gezondheidsrisico op zichzelf worden.

De manier van communicatie kan dus een forse impact hebben op hoe mensen een situatie inschatten, hoe ze zich erover voelen en hoe ze erop zullen reageren. Communicatie die meer angst inboezemt zou eraan kunnen bijdragen dat mensen de richtlijnen beter opvolgen, al is dit zeker niet altijd gegarandeerd. Het heeft daarnaast ook heel wat neveneffecten. Angst kan namelijk ook aanleiding geven tot heel wat irrationeel gedrag en kan na een tijdje een gezondheidsrisico op zichzelf worden (zoals meer kans op het ontwikkelen van een angststoornis of een andere emotionele stoornis).

Het lijkt me daarom goed dat experts en beleidsmakers zich bewust zijn van de verschillende manieren van communiceren over het virus, alsook hun effecten. Een doordachte manier van het brengen van moeilijke boodschappen, aangepast aan de menselijke psyche, kan absoluut heilzaam zijn. Boodschappen en cijfers voorzien van context en meer gebruik maken van percentages en kansen, bijvoorbeeld. Daarnaast is het ook beter om nog meer te focussen op de verhalen van mensen die genezen zijn dan op de verhalen van mensen die gestorven zijn, zodoende dat de werkelijke kansverdeling zich ook reflecteert in wat we ‘zien’ op tv en in de krant. Zo hebben we mensen mee in de maatregelen, maar voorkomen we perverse neveneffecten, ook op langere termijn.

Tom Vanderschoot
Klinisch psycholoog
Gedragstherapeut i.o.

 

Tags: ,