Hereditary: de horror van erfelijke mentale aandoeningen

Hereditary is dit jaar verschenen en wordt door een groot aantal recensenten beschouwd als één van de meest angstaanjagende films van het jaar. De film verkent, zoals de naam uiteindelijk prijsgeeft, het unieke onderwerp van erfelijke mentale aandoeningen. Het is relatief vroeg in de film dat Annie, de moeder van de familie om wie de film in hoofdzaak draait, in een rouwgroep spreekt over haar familiale geschiedenis. Annie vertelt over de mentale aandoeningen van haar familieleden. Zo zou haar vader hebben geworsteld met een psychotische depressie, zou haar moeder hebben geleden aan een dissociatieve identiteitsstoornis (vroeger gekend als de meervoudige persoonlijkheidsstoornis), en zou haar broer te kampen hebben gehad met schizofrenie. Een beladen geschiedenis, als je het mij vraagt.

Het mag duidelijk wezen dat als men deze aandoeningen bekijkt, dat het ‘loskomen van de werkelijkheid’ een grote rol speelt in deze film. De makers van de film hebben geprobeerd dit vrij snel duidelijk te maken, doch steeds op een subtiele manier, waarbij de ‘waarheid’ van wat er nu werkelijk gaande is steeds pal in het midden wordt gelaten. Ergens in het begin van de film ervaart Annie een milde hallucinatie: ze ziet haar kort daarvoor overleden moeder in de hoek van een verduisterde kamer. Een overtuigende en onder-de-huid-kruipende scène. Ze schrijft de ervaring uiteindelijk toe aan stress. In de ruimere context van het verhaal op dat moment, klinkt deze uitleg ook zeer aannemelijk. Het is pas wanneer er dieper wordt gegraven in de geesten en ervaringen van deze vreemde familie dat de kijker geleidelijk beseft dat niets in deze film ‘zomaar’ gebeurt of eenvoudig kan worden afgeschreven als het gevolg van ‘stress’. Er is duidelijk meer aan de hand.

De regisseur Ari Aster, die met Hereditary zijn langspeelfilm-debuut heeft gemaakt, maakt op magistrale wijze gebruik van visuele taal. De openingsscène is hier een perfect voorbeeld van: het beeld, door de ogen van de kijker, bestaat uit een zeer traag ‘binnendringen’ in een poppenhuis – een hobby die Annie heeft overgenomen van haar moeder. In een naadloze overgang blijkt dit huis uiteindelijk het eigenlijke huis van de familie te zijn. Deze bevreemdende scène is bijzonder betekenisvol en zet meteen de toon voor de ganse film. Het zijn momenten als deze die, bij nader inzien, ertoe dienen om het fenomeen van ‘derealisatie’ te weerspiegelen. Derealisatie kan worden omschreven als een “verandering in de perceptie of ervaring van de externe wereld, zodat deze ‘vreemd, niet vertrouwd of onecht’ lijkt te zijn”. Hereditary bevat verschillende van deze symbolische scènes die visueel op magnifieke wijze zijn opgebouwd en ertoe dienen om een geleidelijke psychotische loskoppeling van de werkelijkheid weer te geven. Het is precies in deze sfeer dat de kijker gedurende 2 uur zit te baden en de bron is van een continu onderhuids gevoel van ongemak en spanning.

Voor de meeste kijkers zal het gaandeweg duidelijk worden dat familiale mentale stoornissen het kloppend hart zijn van de film. De makers zijn er in geslaagd om de gebeurtenissen van de film te verbinden met psychiatrische aandoeningen zoals psychose, dissociatie en ‘folie à deux’ (een complex gegeven waarbij een waanstoornis wordt overgedragen van de ene persoon op de andere) zonder hierin al te expliciet te zijn. De schrijvers hebben er bewust voor gekozen om mentale aandoeningen ook in het midden te laten, en niet aan te reiken als ‘de’ verklaring van wat op het scherm te zien is. Het verhaal is zodanig opgebouwd dat ook andere verklaringen mogelijk zijn. Alles wat in de film gebeurd kan evenzeer worden geïnterpreteerd als het gevolg van bovennatuurlijke krachten. Hekserij en het oproepen van demonische krachten hebben ook zeer duidelijk een plaats in het verhaal, waardoor de collectieve psychose die de familie in haar greep lijkt te hebben tegelijkertijd op zowel de voor- als de achtergrond staat.

Het injecteren van het bovennatuurlijke is bovendien niet toevallig. Demonische overname fungeert uiteindelijk als metafoor voor mentale aandoeningen. Zelfs de meest expliciete scènes dienen hierin een doel: op verschillende momenten doorheen de film worden de hoofden van verschillende personages gescheiden van hun lichaam. Men kan dit aanzien als de meest fysieke weergave en representatie van een scheiding tussen de mentale toestand en de fysieke werkelijkheid. Maar los van de griezelige atmosfeer en de soms zeer expliciete visuele scènes, laat Hereditary je vooral achter met een gedachte – een gedachte die nog lang blijft nazinderen na het verlaten van de bioscoop: het maakt niet uit wat je doet of wie je bent; het zijn je genen die je lot bepalen.

Of deze film het bestaan van (bepaalde) mentale aandoeningen uiteindelijk goed doet of schaadt, laat ik in het midden. Maar van één ding kan je zeker zijn: als horrorfilm stelt Hereditary allesbehalve teleur.

Steven Joris

Steven Joris is klinisch psycholoog (erkenningsnummer 901118073) en onderzoeker. Steven is werkzaam binnen het Psychodiagnostisch Centrum (Thomas More Antwerpen) en is tevens werkzaam als psychodiagnosticus op zelfstandige basis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *